Het PreHEART onderzoeksproject.

In 2020 werken UMCG Ambulancezorg en RAV Fryslân mee aan de PreHEART3 studie.

 

Zoals u misschien is opgevallen in de samenwerking met ambulanceteams, hebben zij in 2017 en 2018 meegewerkt aan een onderzoek naar preklinische troponine bepaling als onderdeel van een risicoscore. De “preHEART” score is ontwikkeld om het risico op een Acute Coronair Syndroom (ACS) in te schatten, in de uren en dagen na de thoracale pijnklacht.

 

De PreHEART score, bestaat uit vijf even zwaarwegende risico componenten: Het klinisch beeld en symptomen (History), het 12-kanaals ecg (ECG), de leeftijd (AGE), het geslacht (Risk) en tenslotte een veneus of capillaire troponine waarde (Troponine). De som van de score correspondeert met het relatief risico op een ACS en wordt in vier categorieën samengevat: extreem laag risico, midden laag risico, midden hoog risico en extreem hoog risico. De PreHEART is prospectief gevalideerd en hieruit blijkt dat de preHEART score consistent en betrouwbaar functioneert. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in een internationaal tijdschrift.

 

 

Waarom een PreHEART score?

Het preHEART model, is een risico hulpmiddel, waarmee ambulanceverpleegkundigen het risico van een ziekte aan de kransslagaderen (coronair lijden) beter kunnen inschatten. Elk jaar vervoeren ambulancediensten in Nederland ongeveer 100.000 patiënten met pijn op de borst naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis om coronair lijden uit te sluiten. Uit onderzoek blijkt dat een groot gedeelte van de patiënten geen coronair lijden (40-60%) of een non-Stemi (5-15%) had. Dit leidt tot onnodig vertraging bij de patiënt van optimale behandeling van een hartinfarct, alsmede onnodige wachttijden en opname op een eerste hulp afdeling. Door de PreHEART score te gebruiken, kan de ambulanceverpleegkundige op de locatie van de patiënt misschien efficiëntere zorg aanbieden.  

 

Waarom een PreHEART onderzoek?

De PreHEART score is gevalideerd in 2017 en 2018 en lijkt een veilig hulpmiddel te zijn om patiënten in te delen risicogroepen en nieuwe efficiëntere zorg aan te bieden. In overleg met Drentse en Friese cardiologen en de betrokken ambulancediensten is afgesproken dat de nieuwe zorg eerst in een wetenschappelijke gerandomiseerde studie wordt onderzocht, in de PreHEART 3 studie. Deze studie onderzoekt de verschillen tussen de huidige (oude zorgpad) en het nieuwe zorgpad. De eindpunten richten zich op doelmatigheid effecten, patiënttevredenheid en patiënt veiligheid. De oude zorg bestaat uit het transporteren van alle patiënten met een verdenking op ACS, met een trombocytenaggregatieremmer oplaaddosis, zoals Ascal of Aspecig.

 

De nieuwe zorg kan de ambulanceverpleegkundige zijn keuze tot transport baseren op het PreHEART-algoritme. Bij een lage PreHEART score, kan de verpleegkundige besluiten om de patiënt naar de huisarts te verwijzen voor nader onderzoek. Bij een gemiddeld risico zal de patiënt worden opgenomen in het dichtsbijzijnde ziekenhuis voor nader onderzoek, onder bescherming van Ascal of Aspecig. Bij een hoog risico, kan de verpleegkundige de patiënt voor nader onderzoek sturen naar een SEH/EHH van een ziekenhuis met PCI-faciliteiten. Ook staat de verpleegkundige het vrij om op basis van de PreHEART score te overleggen met de interventiecardioloog om de patiënt te behandelen volgens het geldende ACS-protocol (heparine, Ascal/Aspergic en Brilique).  

 

Wat betekent dat voor u als medisch specialist?


Vanaf 01 januari 2020 bepaalt randomisatie of de ambulance bemanning de nieuwe of oude zorg gaat verlenen. Indien de patiënt wordt ingedeeld in de oude zorg (50%), verandert er niets. Als de patiënt de nieuwe zorg ontvangt, gaan extreem laag risico patiënten (15%) niet meer mee met de ambulance naar het ziekenhuis maar wordt er, zo snel als mogelijk, een afspraak gemaakt bij de eigen of waarnemende huisarts. Extreem hoog risico patiënten (6%) gaan niet meer naar het lokale ziekenhuis maar naar een ziekenhuis met PCI faciliteiten. Voor alle andere patiënten (39%), verandert er niets. Zij gaan naar het lokale ziekenhuis voor verdere diagnostiek.

 

Wat betekent dit voor patiënten?

Naast het verlenen van de nieuwe zorg, krijgen alle patiënten een vragenlijst meegeleverd en worden ze gevraagd om toestemming voor het gebruiken van de verzamelde gegevens of toestemming tot het opvragen van het ziekenhuis dossier.  Verder zullen zij niet belast worden.

 

Wie is verantwoordelijk?

Er verandert niets in de (medische) verantwoordelijkheid tussen u of de ambulanceverpleegkundige en de patiënt. Initieel is de ambulanceverpleegkundige verantwoordelijk tot het moment dat de zorg (telefonisch) wordt overgedragen aan de huisarts of andere medische discipline. 

 

Nadere informatie

Voor nadere informatie kunt u via email een van de onderzoekers benaderen. of gebruik maken van onderstaand formulier