Het PreHEART onderzoeksproject.

Het PreHEART model

Het preHEART model, is een risico hulpmiddel, waarmee ambulanceverpleegkundigen het risico van een ziekte aan de kransslagaderen (coronair lijden) beter kunnen inschatten. Elk jaar vervoeren ambulancediensten in Nederland ongeveer 100.000 patiënten met pijn op de borst naar het ziekenhuis om een ziekte aan de kransslagaderen uit te sluiten. Uit onderzoek blijkt dat een groot gedeelte van de patiënten deze ziekte niet had (40-60%) en slechts een klein gedeelte een hart infarct (5-15%) had. Dit leidt tot onnodige vertraging van optimale behandeling van een hartinfarct, alsmede onnodige wachttijden en opname op een eerste hulp afdeling. Door een risico score te gebruiken kan de ambulanceverpleegkundige de patiënt een behandeling aanbieden die beter aansluit bij de patiënt. Door anamnese, hartfilm (ECG), risicofactoren, leeftijd en een bloedwaarde samen te voegen, wordt de score berekend en de patiënt geplaatst in een laag, gemiddeld of hoog risico groep.

 

Onderzoek 

Vanaf 01-01-2020, zal binnen de provincie Friesland en Drenthe, een gerandomiseerde studie de werking van de preHEART score onderzoeken. De studie vergelijkt de oude zorg (iedereen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis) met een nieuw zorgpad. Dit zorgpad is gebaseerd op de preHEART score en geeft de ambulancebemanning de mogelijkheid om de zorg aan te passen op basis van het risicoprofiel van een patiënt.

Bij een laag risico, kan er een afspraak worden gemaakt met de dienstdoende huisarts om andere oorzaken van de pijn-op-de-borst, te beoordelen. De patiënt in de gemiddelde risico groep krijgt de zelfde zorg die tegenwoordig nog alle patiënten krijgen, dat wil zeggen, vervoer naar een eerste (hart) hulp afdeling van een ziekenhuis naar keuze en behandeling met een bloedverdunner (Ascal). De patiënten in de hoogste risico groep krijgen dezelfde zorg als patiënten krijgen met een hartinfarct, dat wil zeggen, direct met spoed gebracht worden naar een gespecialiseerd ziekenhuis voor een onderzoek aan de kransslagaderen. Het lot bepaalt welke patiënt de oude of de nieuwe zorg krijgt.

 

Wat betekent deelname aan het onderzoek voor een patiënt, in de "oude zorg" groep?

De belasting voor de patiënt is hetzelfde als voorheen, namelijk: anamnese door ambulanceverpleegkundige en een hartfilmpje. De verpleegkundige beslist of de patiënt meegaat naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis en wordt behandeld volgens de normale richtlijnen. De PreHEART score mag niet worden toegepast, een troponine test ook niet.

Achteraf vraagt een onderzoeker, meestal per brief, of de onderzoekers het medisch dossier van de patiënt van het ziekenhuis mogen inzien. Alle verzamelde gegevens worden gecodeerd en opgeslagen zonder naam, geboortedatum of adresgegevens.

 Ook kan het zijn dat enkele patiënten worden gevraagd deel te nemen aan een focus groep, interview of het invullen van een enquête om het gevoel van angst of zekerheid te meten. Deze groep wordt vergeleken met de groep welke de nieuwe zorg krijgen.  We kunnen dan beter onderzoeken welke doelmatigheids- en gezondheidseffecten na implementatie van het Preheart model optraden. 

 Wat betekent deelname aan het onderzoek voor een patiënt, in de "nieuwe zorg" groep?

In tweede fase kan de verpleegkundige zijn beslissing baseren op de uitkomst van de preHEART score. De belasting voor de patiënt is hetzelfde als nu: anamnese door ambulanceverpleegkundige, een waak infuusnaald of vingerprik (waar een druppel bloed uitgehaald wordt) en een hartfilmpje. De ambulanceverpleegkundige bepaalt welke zorg de patiënt krijgt, aan de hand van de risico score. Deze zorg bestaat nu al en is dus niet nieuw ontwikkeld. Indien de patiënt niet meer mee gaat naar het ziekenhuis en een afspraak met de huisarts wordt gemaakt, zal binnen 24 uur een betrokken onderzoeker de patiënt toestemming vragen om zijn gegevens, na 30 dagen, te mogen op vragen bij zijn huisarts. De patiënt krijgt dan een toestemmingsformulier en een vragenlijst thuis toegestuurd. Indien de patiënt niet mee wil werken, zal zijn gegevens niet worden meegenomen. De gegevens die we opvragen bij de huisarts hebben te maken met aantal zorg contacten, door de huisarts verrichtte onderzoeken en einddiagnose.

Voor de patiënten die als nog worden vervoerd naar het ziekenhuis, zal de onderzoeker de patiënt om toestemming vragen. Alle patiënten krijgen een vragenlijst en een toestemmingsformulier uitgereikt door de ambulancebemanning.

Voor beide fasen in het onderzoek geldt dat er geen persoonsgegevens worden verzameld en de gegevens worden gecodeerd zodat kans op herleidbaarheid wordt voorkomen.  

Wat verwachten de onderzoekers? 

Onze hoop en hypothese is dat we door invoering van het preHeart model betere en efficiëntere zorg kunnen bieden voor alle mensen in Nederland die 112 bellen voor pijn op de borst. Met dit onderzoek kunnen onderzoeken of het invoeren van het preHEART model inderdaad leidt tot betere en efficiëntere zorg. Indien de uitkomsten van het onderzoek dat toelaten, gaan we het preHEART model landelijk en misschien wel In geheel Europa gebruiken.

Voor nadere informatie kunnen patiënten contact via email opnemen.